Het Beleg van Alkmaar gezien door Spaanse ogen

Het is heel interessant om de gebeurtenissen van het Beleg eens van de ‘andere kant’ te bekijken, die van de verliezers. De Spaanse bronnen over het beleg zijn tot dusver weinig bekend. Die bronnen zijn er wel degelijk: in de eerste plaats allerlei archiefmateriaal, zoals brieven en andere documenten. Veel informatie bieden de brieven die Alva schreef aan koning Philips II. Scans ervan zijn in het bezit van het Regionaal Archief.

Verder hadden ook de Spanjaarden hun geschiedschrijvers. De tegenhanger van onze Nanning van Foreest is Bernardino de Mendoza, die een kroniek schreef over de oorlog in de Nederlanden tussen 1567 en 1577. Mendoza, militair en diplomaat, was met het leger van Alva naar Nederland gekomen. Veel van de door hem beschreven gebeurtenissen had hij zelf meegemaakt. Zo is hij ook in Alkmaar geweest tijdens het beleg in 1573. Uit de archiefstukken en uit de kroniek van Mendoza krijgen we een levendig beeld van wat er gebeurde in het Spaanse legerkamp. We horen wat de motieven waren om juist Alkmaar aan te vallen en uitgebreid wordt verhaald hoe het beleg verliep, welke keuzes er werden gemaakt en waarom het Spaanse leger uiteindelijk weer wegtrokken. Allerlei Spanjaarden worden bij name genoemd en geprezen voor hun dapperheid of juist kritisch bejegend.

We kunnen in deze blog niet op alles ingaan. Laten we ons beperken tot de gebeurtenissen op 18 september, de ‘bangste dag’ van het beleg, toen de Spanjaarden er bijna in slaagden de stad te veroveren.

De grote aanval

De bestorming van 18 september 1573. Vervaardiger: A. Ver Huel. Licentie: CC-0. Inventarisnummer 889 uit het Familiearchief Van Foreest, Regionaal Archief Alkmaar

De ‘bangste dag’
Mendoza windt er geen doekjes om. De aanval verliep allesbehalve volgens wens. Het plan was om tegelijkertijd op twee punten de stad aan te vallen, bij de Friese Poort en bij de oostelijker gelegen Rode Toren. In de ochtend werd begonnen met een langdurig artilleriebombardement om de nodige bressen te slaan in de Alkmaarse verdedigingswerken. Vasco Nunez de Caravajal, een van de kapiteins die bij de Friese Poort de aanval moesten leiden, werd in het begin van de middag er op uitgestuurd om te zien of de bres bij de poort al groot genoeg was om een stormloop te kunnen doen. De poort was zeer gehavend, veel puin was in de gracht terechtgekomen. Ook was de ophaalbrug omlaag gevallen, nadat kanonskogels de brugkettingen hadden vernield. Met gevaar voor eigen leven verkende Nunez de situatie en rapporteerde aan don Frederik dat het gat groot genoeg was, waarbij hij volgens Mendoza ‘meer bij zijn eigen bravoure te rade ging dan bij de moeilijkheid van de onderneming’.

Te vroege aanval
De soldaten die de Rode Toren moesten aanvallen waren nog niet klaar voor de aanval. Op deze plek bleek de stadsgracht een lastige hindernis. De Spanjaarden hadden een mobiele houten brug gemaakt om daarmee de gracht over te steken. Maar bij het aanvoeren van de brug naar de gracht, kwam deze vast te zitten in een loopgraaf. De Spaanse troepen bij de Friese Poort hoorden in hun loopgraven de soldaten naderen die de brug vervoerden en dachten dat ze aangevallen werden. Geen vreemd idee, want een paar dagen eerder hadden de Alkmaarders bij een uitval een poging gedaan om loopgraven bij de Sint Pieterstoren te bezetten. Het gevolg was dat de soldaten bij de Friese Poort niet meer op het afgesproken signaal wachtten, maar meteen begonnen met hun aanval. Een voorhoede onder leiding van Nunez probeerde de stad binnen te komen. Ze hadden geen stormladders bij zich, wat meteen al een grote handicap bleek. Er was een bres, maar er moest toch nog flink geklommen worden. Daarbij waren de aanvallers zeer in het nadeel. Van bovenaf werden ze beschoten door de Alkmaarders en de geuzensoldaten. Ook vrouwen en kinderen namen deel aan de strijd. Ze bestookten de Spanjaarden met stenen, pek, kokende azijn en gesmolten lood en met wielen voorzien van ijzeren punten. De aanvallers hoopten zich op onder bij de bres. Er waren veel doden en gewonden, waaronder aanvoerder Nunez. De achterhoede zag geen kans meer om dichterbij te komen. Don Frederik zag zich gedwongen om de aanval op dit punt te beëindigen.

zuiden

Schilderij P.A. Cluyt, 1580, met gezicht op het belegerde Alkmaar gezien vanuit het zuiden. Bekijk hier de speciale inzoombare versie.

noorden

Schilderij van Pieter Adriaensz Cluyt uit 1580, met gezicht op het belegerde Alkmaar vanuit het noorden. Bekijk hier de speciale inzoombare versie.

Gewone soldaten wilde hun leven niet wagen
Hoe ging het ondertussen bij de Rode Toren? Het lukte de soldaten niet om de zware stormbrug los te krijgen. Men besloot een andere brug te gebruiken, die lichter was, maar ook minder stevig en minder lang. Met grote moeite kreeg kapitein Bobadilla de brug in het water, geholpen door zwemende soldaten. Vervolgens probeerden de soldaten via de hier geslagen bres de stad binnen te komen. Dat bleek ook hier erg lastig, want de verdedigers hadden een soort platform ingericht boven de bres, ongeveer een pieklengte hoog. Van daaraf verdedigden ze zich met dezelfde middelen die ook bij de Friese Poort in gebruik waren. Na het afblazen van de aanval bij de Friese Poort, concentreerde de strijd zich bij de Rode Toren. Na twee uur van heftige strijd, waren de Spanjaarden ook hier gedwongen zich terug te trekken. Uit een bewaard gebleven brief van Noircarmes, een van de Spaanse bevelhebbers, kunnen we opmaken dat er bij de Rode Toren vooral gevochten werd door kapiteins en officieren. De soldaten betoonden zich onwillig hun leven te wagen.

De totale verliezen aan Spaanse zijde waren hoog, volgens Mendoza bedroeg het dodental ongeveer 150, met daarnaast nog eens 700 gewonden. Nanning van Foreest schatte in zijn ooggetuigenverslag het aantal Spaanse doden op meer dan 500. Het werkelijke aantal slachtoffers aan Spaanse zijde zal hier ergens tussenin liggen.

In de brieven die Alva aan de koning stuurde komt het Alkmaars beleg ook uitvoerig aan de orde. Alva benadrukt sterk hoe lastig het was om de stadsgracht over te steken en hoe bang de soldaten, die vaak niet konden zwemmen, waren voor het water: ‘wanneer een soldaat een aanval moet doen, is hij niet zozeer bang voor de aanval hoe gevaarlijk ook, als dat hij bang is dat hij, als ze hem terug duwen, geen plek heeft waarlangs hij kan ontsnappen, en dat hij óf in de strijd sterft óf verdrinkt, en dit laatste is wat zij het meeste vrezen’.

interactieve kaart

Klik op deze afbeelding om een interactieve kaart over 18 september 1573 te bekijken.

Het Beleg herschrijven
De Spaanse documenten en de kroniek van Mendoza geven een nieuw beeld van het beleg. Voor de verandering kijken wij eens door de ogen van de aanvallers. Dit biedt een nieuw perspectief. Het wordt tijd dat de geschiedenis van het beleg opnieuw wordt beschreven, maar dan met een evenwichtig gebruik van zowel de Nederlandse en de Spaanse bronnen.

Meer weten over het Beleg van Alkmaar? Kijk dan eens op de 1573-startpagina van het Regionaal Archief Alkmaar.

Een gouden hart in Huize Westerlicht

 

Zuster Anna ter Burg had bijzondere kwaliteiten. Toen ze in 1962 na 30 jaar trouwe dienst afscheid nam als hoofdverpleegster van de ziekenafdeling van het Alkmaarse bejaardenhuis Huize Westerlicht kreeg ze uit handen van burgemeester Wytema de gouden eremedaille verbonden aan de orde van Oranje-Nassau uitgereikt. ‘U hebt een gouden hart en dat is alleen met goud te belonen’ zei hij erbij. Zuster Anna heeft de medaille goed bewaard. Ze plakte hem in een album samen met een groot aantal foto’s, documenten en krantenartikelen over haar leven. Na haar overlijden is het album geschonken aan het Regionaal Archief.

Huize Westerlicht in 1935

Huize Westerlicht in 1935. Vervaardiger onbekend. Licentie: CC-BY. Collectie Regionaal Archief Alkmaar

De foto’s en andere documenten geven een prachtig beeld van het leven in Huize Westerlicht tussen 1932 en 1962. Evenals zuster Ter Burg was ook Westerlicht bijzonder. Toen het in 1932 geopend werd, was het een van de grootste bejaardenhuizen in Nederland, met ruimte voor 169 personen. Lange tijd was het ook een van de weinige tehuizen met een eigen verpleegafdeling. Het door architect Dirk Saal (1884-1945) ontworpen gebouw werd meteen door iedereen mooi gevonden. De ligging ervan was ideaal, in het hart van de Alkmaarder Hout.

Lees verder

Spannende beelden van het Beleg

Het album van Alexander Ver Huell

In het Regionaal Archief wordt een album bewaard met daarin 28 prenten (bekijk hier alle afbeeldingen), getiteld ‘Alcmaria Victrix’. Op het eerste gezicht een nogal merkwaardige verzameling, heel verschillend van techniek en wisselend van kwaliteit. Er zijn kleurrijke aquarellen en zwart-witte en sepiakleurige tekeningen. Sommige afbeeldingen zijn heel treffend, andere nogal onbeholpen. Maar samen vormen ze een bijzonder beeldverhaal van een roemruchte episode uit de geschiedenis van Alkmaar: het Spaans beleg en het ontzet in 1573. Tijdens de feestvieringen rond de driehonderdste verjaardag van het ontzet in 1873 werd het album tentoongesteld in het stadhuis. Koning Willem III heeft de prenten tijdens zijn bezoek aan Alkmaar uitgebreid bewonderd.

Het album was eigendom van jonkheer meester Cornelis van Foreest (1817-1875), heer van Schoorl, Groet en Kamp. Van Foreest was jarenlang lid van de Tweede kamer voor het kiesdistrict Alkmaar. Daarnaast vervulde hij bestuursfuncties in verschillende polderbesturen en maatschappelijke organisaties. Het album was hem aangeboden als huldeblijk en “ter nagedachtenis zijner verdienstelijke voorvaderen bij Alkmaars moedsbetoon”. De maker van de prenten is Alexander Ver Huell (1822-1897), een in zijn tijd gewaardeerd tekenaar. Ver Huell maakte karikaturen, humoristische prenten en tekende en schilderde daarnaast veel historische voorstellingen. Zijn tekeningen werden gepubliceerd in tijdschriften, almanakken en boeken. Ver Huell had geen echte tekenopleiding gevolgd; hij kreeg naast waardering ook veel kritiek van tijdgenoten op zijn gebrekkige techniek, kritiek waar hij het overigens zelf in ’t geheel niet mee eens was.

Ver Huell werkte een paar jaar aan het album dat hij aan Cornelis van Foreest schonk. In 1872 leverde hij de laatste negen prenten af. In de begeleidende brief roemt hij de “wijze eenvoudigheid, krachtdadigen godsdienstzin en vastberaden moed onzer voorvaderen”, deugden die hij ook bij “eenige mannen onzer dagen” aantrof.

Als we de prenten in het album bekijken valt op dat Ver Huell zich grondig heeft verdiept in de periode van het beleg. De meeste afbeeldingen maakte hij aan de hand van twee ooggetuigenverslagen: het verslag van Nanning van Foreest en de aantekeningen van een niet met name genoemde ooggetuige, toegeschreven aan ene Pieter Jansz. Visser. Deze verslagen zijn in 1739 samen in één boekje uitgegeven (van beide verslagen is een transcriptie beschikbaar). Ver Huell heeft uit deze verhalen verschillende tot de verbeelding sprekende episodes gekozen. Daaraan voorafgaand maakte hij een paar voorstellingen rond andere beroemde Foreesten: Herpert van Foreest tijdens een riddertoernooi en de arts Pieter van Foreest met twee van zijn leermeesters. Daarna volgen twee prenten van de Abdij van Egmond. Vanaf de zevende prent komt het beleg in beeld, van de versterking van de vestingwerken tot en met de aftocht van de Spanjaarden.

Zo zien we onder andere de aankomst van het krijgsvolk van Willem van Oranje in Alkmaar, het leger van Alva bij de Koedijker sluis tijdens een zwaar onweer, drie Spaansche onderhandelaars in gesprek met Alkmaarders op de Rode Toren, Nanning van Foreest aan het sterfbed van predikant Jan Arentsz, de dood van de Vlaming Jacob Paulet (“in het hoofd doorschoten, wijl hij onvoorzigtig over de borstwering naar twee voorbijgaande Spanjaarden keek”), de ontsnapping van een meisje dat achtervolgd wordt door Spaanse soldaten (“een bootje bragt haar behouden in Alkmaar”), de bestorming van stad door de Spanjaarden, een chirurgijn die, omringd door gewonden, het werk bijna niet aankan, jongelui die op de borstwering de Spaanse soldaten uitdagen waaronder een meisje dat met haar keurslijfje zwaait, merkwaardige tekens in de lucht, twee boeren die door de Spaanse linies proberen te komen en zich verschuilen in het riet en de dramatische aftocht van de Spanjaarden waarbij paarden de Spaanse kanonnen door de modder slepen.

Het zijn spannende taferelen die kleurrijk en gedetailleerd uitgebeeld worden. En die daarmee een boeiende aanvulling geven op de bekende voorstellingen van het beleg, zoals de grote belegschilderijen in het Stedelijk Museum Alkmaar en de gravures van de plattegrond van Alkmaar met de Spaanse troepen daaromheen. Zoals gezegd, ze zijn niet altijd even kunstzinnig. Maar toch nog steeds de moeite van het bekijken waard!

Door Marijke Joustra

Van Pesiebad tot Batavier

De opkomst en ondergang van het Pesiebad

Op 5 april 1917 kocht de Amsterdamse makelaar in koffie Moritz Jüdell (56) polderland en enige opstallen in de Bergermeer te Bergen. Aan de Groeneweg liet hij het landhuis Karperton neerzetten als zomerverblijf voor zijn vrouw Rosina Elias. De Alkmaarse architect Jan Wils en Theo van Doesburg van de Stijlgroep tekenden voor het ontwerp en aannemer Evert Wils, de vader van Jan Wils, voor de bouw van Karperton. Een tuinarchitect ontwierp een prachtige, bijpassende tuin met drie enorme vijvers. Het aangekochte land werd verpacht.

Pesie's Natuurbad.

1947, Pesie’s Natuurbad. Vervaardiger onbekend. Licentie CC-BY. Collectie Regionaal Archief Alkmaar.

De crisis van de jaren dertig liet ook de rijkaards niet onberoerd. Een groot deel van het familievermogen, belegd in waardeloos geworden buitenlandse effecten, ging verloren. De slechte vooruitzichten in het landbouwbedrijf – op het landgoed was een hoogstaande varkensfokkerij gevestigd – bracht zoon Hendrik Jüdell (44), advocaat en procureur te Bergen, op het idee het landgoed Karperton te transformeren in een natuurbad. De vijvers met een oppervlakte van 6.000 vierkante meter werden drooggelegd en tot de gewenste diepten uitgegraven. Het water voor het zwembad werd van een diepte van zestig meter door middel van een Artesische put (hierbij behoeft niet gepompt te worden) naar boven gehaald, door een lange goot geleid en door de zon verwarmd. Duikplanken, omkleedruimten, speelterreinen en een restaurant toverden het landgoed Karperton om tot een heus zwemparadijs. Op donderdag 25 mei 1933 werd het Familiebad De Bergermeer voor het publiek opengesteld.

Lees verder

‘In de Vacantie’

Spannende avonturen in Egmond aan Zee

De zomervakantie is voorbij. Voor de kinderen is het nieuwe schooljaar weer aangebroken. Aan de weken van spelen, zwemmen en eindeloze dagen aan het strand is een eind gekomen. Maar niet alle dagen waren zonnig, en wat doe je dan op een regenachtige dag, behalve spelletjes spelen op de iPad? Juist, een boek lezen!

Dat deden de kinderen een eeuw geleden ook. De Alkmaarse uitgeverij Kluitman gaf speciaal daarvoor een serie kinderboeken uit onder de titel: In de Vacantie. Bibliotheek voor Jongens en Meisjes. Met daarbinnen weer twee onderdelen: Serie A, Jongensboeken en Serie B, Meisjesboeken. Spannende verhalen, mooi uitgegeven, met plaatjes van bekende illustratoren en met kleurrijke omslagen, heel aantrekkelijk voor de kinderen uit die tijd.

5e druk, 1919. Omslagen Louis Raemaekers

Lees verder