‘SLOPEN, DIE OUDE ROMMEL!’

Het raadhuis van Heerhugowaard

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zijn vele beeldbepalende panden uit de straten verdwenen. De afbraak was een landelijke tendens en kan gezien worden in het kader van bevolkingsgroei en modernisering. ‘Slopen, die oude rommel!’ Het was niet altijd een even groot verlies. Zo was het Rijksopvoedingsgesticht achter de Grote Kerk in Alkmaar niet bepaald een charmant pand, maar andere afgebroken gebouwen waren dat wel, zoals bijvoorbeeld de fraaie huisjes ten zuiden van de Grote Kerk in Alkmaar, het Dudokgebouw (de Bijenkorf) in Rotterdam en het Stadsziekenhuis in Hoorn aan de Gravenstraat. In 1966 was ook het fraaie raadhuis van Heerhugowaard aan de Middenweg aan de beurt. Het stond ter hoogte van het huidige adres Middenweg 193, bij het Witte Kruisgebouwtje.

1914

Dit eenvoudige pand heeft in de negentiende eeuw dienst gedaan als raad-, recht- en armenhuis en school. Het werd afgebroken voor de bouw van het raadhuis in 1914. Collectie Poldermuseum Heerhugowaard. Licentie: CC-BY

Lees verder

Advertenties

De dijken doorgestoken!

We weten allemaal dat het einde van de Spaanse belegering in 1573 veel te maken had met wateroverlast. Maar hoe zat dat nou precies? Welke dijken zijn er doorgestoken, welke sluizen open gezet? En wanneer precies? Laten we de feiten eens op een rijtje zetten.

Al heel snel na de komst van het Spaanse leger naar Alkmaar werd er gesproken over het doorsteken van dijken en het openzetten van zeesluizen als een middel om de Spanjaarden weg te jagen. Op 1 september werden in Alkmaar brieven van Sonoy ontvangen, waarin deze berichtte dat hij dat hij al diverse sluizen had doen openen en ook niet zou aarzelen om de zeedijk bij Medemblik door te steken, als dit nodig mocht zijn.

Maar Sonoy kon niet alles alleen beslissen. Begin september vertelde hij aan stadstimmerman Van der Mey dat hij het land onder water had willen zetten, maar dat de afgevaardigden van de steden in het Noorderkwartier dit niet hadden willen toestaan. Sonoy adviseerde Van der Mey naar Hoorn te gaan waar de afgevaardigden vergaderden en daar de Alkmaarse belangen te verdedigen. Van der Mey volgde het advies op, met – uiteindelijk – positief resultaat.

belegschilderij

Detail van het belegschilderij van Cluyt met het gezicht op Alkmaar vanuit het noorden. Goed is te zien dat de velden onder water stonden. Licentie: CC-BY. Collectie Stedelijk Museum Alkmaar

Lees verder

Helden van het Beleg

Er is dapper gevochten door Alkmaarders en geuzensoldaten tijdens het beleg. Niet alleen door mannen, maar ook door vrouwen, jongens en meisjes. Een ooggetuige aan Spaanse zijde zag bij beklimmen muur ‘geen kurassen, helmen, geen soldaten, maar mensen gekleed als zeelui, met spaden en hellebaarden vechtend als leeuwen’.  De Alkmaarders vochten voor hun leven.

Het is interessant om eens te zien wie de meest populaire ‘oorlogshelden’ waren in de afgelopen eeuwen.

Lees verder

Wat was nou echt de rol van Van der Mey tijdens het Beleg van Alkmaar?

Een van de bekendste figuren van het Alkmaars beleg in 1573 is Maerten Pietersz. van der Mey. In Alkmaar is een straat naar hem vernoemd en staat er bij de Grote Kerk een beeld van hem, in 1965 vervaardigd door de bekende beeldhouwer Mari Andriessen.

Het verhaal van Bor
De eerste geschiedschrijver die ons inlichtte over de daden van Maerten Pietersz was Pieter Bor, die tussen 1595 en 1634 een meerdelig werk schreef over de Nederlandse Opstand. Bor vertelt dat stadstimmerman Maerten Pietersz een van degenen was die samen met onder meer burgemeester Floris van Teylingen in juli 1573 met geweld de Friese Poort opende om de geuzentroepen binnen te laten. In het boek van Bor verschijnt Maerten Pietersz begin september 1573 opnieuw op het toneel. Bor vertelt dat Van der Mey op 2 september de opdracht kreeg om twee brieven vanuit het door de Spanjaarden belegerde Alkmaar naar Sonoy in Schagen te brengen, een van Cabeliau met inlichtingen over de Spaanse posities en een van de burgemeesters met onder meer het verzoek om de dijken door te steken. De brieven werden vervoerd in ‘sijn pols of stok’, waar een gat in geboord was, waarin de brieven werden verstopt. Met ‘pols’ is een polsstok bedoeld. Een houten spijker sloot het gat af. Na een moeilijke tocht kwam Maerten Pietersz aan in Schagen. Volgens Bor kreeg Van der Mey van Sonoy te horen dat deze de dijken inderdaad had willen doorsteken, maar dat de afgevaardigden van het Noorderkwartier het hadden verhinderd. Sonoy zei hem naar Hoorn te gaan, waar de gedeputeerden vergaderden,  om daar de zaak van Alkmaar te bepleiten. Zo gezegd, zo gedaan. Met vuur sprak Van der Mey over de noodzaak om Alkmaar te hulp te komen. Hij kreeg aanvankelijk niet veel respons. Volgens Bor zei een van de bestuurders tegen hem: ‘hoe staet gy dus en raest, waarom souden wy dat schoon gras en de vruchten op ‘t land verderven? Wat souden te winter onse beesten te eten hebben? Gijluiden en zijt nog geen drie weken belegert geweest, gyluiden kunt het wel houden tot Alderheiligen’. Daarop schold Van der Mey hem uit voor ‘koeherder’. Uiteindelijk besloot men Alkmaar toch hulp toe te zeggen. Van der Mey werd samen met andere afgevaardigden naar Delft gestuurd om aan de Prins van Oranje verslag uit te brengen over de toestand in Noord-Holland en in Alkmaar.

Pas in de loop van september keerde Van der Mey weer terug uit Delft. Hij bracht brieven mee van Sonoy en de Prins van Oranje. In de nacht van 28 september probeerde hij met de brieven, die dit keer in een varkensblaas waren verstopt, Alkmaar weer binnen te komen. Hij was de Spaanse linies al gepasseerd, maar toen hij vlak bij de stadswal kwam, bleek daar nog een Spaanse wachtpost te staan, die meteen alarm sloeg. Van der Mey rende snel weg, maar liet in zijn vlucht de brieven vallen. Sonoy was erg ‘bedroefd’ omdat werd aangenomen dat de brieven in handen van de vijand waren geraakt.

Tot zover de feiten over Van der Mey, zoals Bor die vertelt.

Lees verder

Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het Beleg?

Soms werden de belegerde Alkmaarders voor moeilijke keuzes gesteld. Een tijdens het beleg gevangen genomen Spanjaard zou daar een boekje over open kunnen doen. Hij werd op 15 september bij een nachtelijke uitval van een aantal soldaten vanuit de stad ten zuiden van Alkmaar gevangen genomen. De soldaten namen hem mee naar de stad. Zijn naam was Juan Jeronimo d’Arbizo. Men bleek een goede vangst te hebben gedaan, want de Spanjaard gaf uitgebreide inlichtingen over de Spaanse plannen en de sterkte van het Spaanse leger. Hij deed dit zeker niet vrijwillig. Er is een rekening bewaard gebleven van een chirurgijn voor het verbinden van de zere duimen van ‘de’ Spanjaard. Daar kan alleen Juan Jeronimo mee bedoeld zijn geweest. Volgens de verhalen ging Juan pas praten toen men hem lijfsbehoud beloofde.

Lees verder