De dijken doorgestoken!

We weten allemaal dat het einde van de Spaanse belegering in 1573 veel te maken had met wateroverlast. Maar hoe zat dat nou precies? Welke dijken zijn er doorgestoken, welke sluizen open gezet? En wanneer precies? Laten we de feiten eens op een rijtje zetten.

Al heel snel na de komst van het Spaanse leger naar Alkmaar werd er gesproken over het doorsteken van dijken en het openzetten van zeesluizen als een middel om de Spanjaarden weg te jagen. Op 1 september werden in Alkmaar brieven van Sonoy ontvangen, waarin deze berichtte dat hij dat hij al diverse sluizen had doen openen en ook niet zou aarzelen om de zeedijk bij Medemblik door te steken, als dit nodig mocht zijn.

Maar Sonoy kon niet alles alleen beslissen. Begin september vertelde hij aan stadstimmerman Van der Mey dat hij het land onder water had willen zetten, maar dat de afgevaardigden van de steden in het Noorderkwartier dit niet hadden willen toestaan. Sonoy adviseerde Van der Mey naar Hoorn te gaan waar de afgevaardigden vergaderden en daar de Alkmaarse belangen te verdedigen. Van der Mey volgde het advies op, met – uiteindelijk – positief resultaat.

belegschilderij

Detail van het belegschilderij van Cluyt met het gezicht op Alkmaar vanuit het noorden. Goed is te zien dat de velden onder water stonden. Licentie: CC-BY. Collectie Stedelijk Museum Alkmaar

Sluizen geopend
Nu werd er wel actie ondernomen. Hoe precies, dat lezen we uitvoerig bij de zestiende-eeuwse geschiedschrijver Bor. Deze vertelt dat Sonoy bevel had gegeven om de sluizen bij Aartswoud en Krabbendam te openen. Dit gebeurde, maar al snel werden de sluizen weer gesloten door de bewoners van het gebied, die geen water op hun landerijen wilden. Daarop had Sonoy de sluis bij Krabbendam opnieuw open laten zetten. Permanente bewaking met soldaten moest voorkomen dat de sluis opnieuw werd gesloten. Later werd ook de zeesluis van de Zijpe opengezet. Zowel vanuit het westen en het oosten kwam het water het land in. In het westen stroomde de vaart tussen Krabbendam en Alkmaar al snel over. Alleen via de boven het water uitstekende Rekerdijk konden de geuzentroepen hun schansen bij Krabbendam en Schoorldam nog bereiken. In het oosten stroomde het water via de Langereis en de nog onbedijkte Heerhugowaard het Geestmerambacht in. Dit kon gebeuren doordat de sluis bij Noord-Scharwoude open was gezet en er gaten waren gemaakt in de Oosterdijk die de dorpen van de Langedijk moest beschermen tegen het water van de Heerhugowaard. Een springvloed op 26 september deed het waterniveau nog eens flink stijgen. Met schuitjes kon er over het overstroomde land worden gevaren. Aan het definitief ontzetten van Alkmaar door middel van het water ontbrak volgens Bor alleen nog maar het doorsteken van de dijk tussen Bergen en Koedijk en de Galgdijk langs de noordkant van het Zeglis bij Oudorp. Ondertussen hadden de plattelandsbewoners het zwaar: ze klaagden dat niemand zich om hun lot bekommerde en dat hun huizen en boerderijen gemakkelijk geplunderd konden worden nu ze per boot zo goed bereikbaar waren. Velen vluchtten.

Dijkgraaf Cornelis Jansz van de Nijenburg
Het verhaal van Bor kunnen we aanvullen met de informatie van twee bewaard gebleven brieven van Sonoy aan Cornelis Jansz van de Nijenburg, de dijkgraaf van het Geestmerambacht. De ene brief is van 9 september en bevat een vrijgeleide voor de dijkgraaf bij werkzaamheden ten behoeve van het doorsteken van dijken. De andere brief, van 11 september, behelst de opdracht om alle dijken rond Oudorp door te steken. Van de dijkgraaf zelf is een brief bewaard gebleven van 28 september waarin hij zegt alle belangrijke binnendijken rondom Alkmaar te hebben laten doorsteken.

Nanning van Foreest vermeldt in zijn kroniek van het beleg dat op 16 september – dus nog voor de Spaanse aanval op de stad – de landerijen ten noorden van Alkmaar al onder water stonden.

passage

De passage in de brief van Cornelis Jansz van 28 september met de tekst over het doorsteken van de binnendijken: ‘want alle binnendijcken heb ick laten duersteeken die wij weeten dat tot voerdeel van die stadt is.’

Op 21 september beloofde de Prins van Oranje dat als de stad echt in nood kwam, hij dan alle dijken rondom Alkmaar zou laten doorsteken. Deze brief raakte waarschijnlijk op 28 september toen Van der Mey vergeefs de stad probeerde binnen te komen, in Spaanse handen.

Wateroverlast aan Spaanse zijde
De Spaanse troepen kregen steeds meer last van het stijgende water, met name in de laaggelegen weilanden aan de noordkant van de stad. Bovendien regende het bijna voortdurend. In de loopgraven ten noorden van de stad stonden de soldaten vaak tot aan hun gordel in het water.

De Spaanse kroniekschrijver Bernardino de Mendoza vertelt dat hij eind september door Alva naar Alkmaar werd gestuurd. Spionnen hadden verteld dat er plannen bestonden om een belangrijke dijk vlakbij Alkmaar door te steken. Alle Spaanse legerplaatsen en ook de geschutsstellingen zouden als gevolg daarvan onder water komen te staan. Misschien was de informatie ontleend aan de brief van de Prins van 21 september? Mendoza kreeg van Alva de opdracht om verdere inlichtingen in te winnen. Als er inderdaad flinke overstromingen dreigden, moest hij zorgen dat het beleg werd beëindigd. Ook bij Bor lezen we over beraadslagingen aan Spaanse zijde over het stijgende water. Volgens Bor hadden Sebastiaen Craenhals, de dijkgraaf van Uitwaterende Sluizen en ene Thomas Barthelomeusz geprobeerd om de Spanjaarden moed in te spreken. Het zou wel meevallen met het water.

De aftocht van de Spanjaarden

De aftocht van de Spanjaarden. Hooi op de grond moet de aftocht van het materieel makkelijker maken. Vervaardiger: A. Ver Huell. Licentie: CC-0. Inventarisnummer 889 uit het Familiearchief Van Foreest, Regionaal Archief Alkmaar

De lezing van de beraadslagingen die Mendoza geeft, is een andere. Hij vertelt dat de lokale deskundigen – hij noemt ze niet bij naam – juist het gevaar benadrukten van het stijgende water. Vanwege de tijd van het jaar waren er stormen te verwachten die het water hoger zouden opstuwen en bovendien zou sowieso al het land, als het maar lang genoeg bleef regenen, onder water komen te staan. Vanwege deze informatie, die weinig goeds beloofde, werd daarop besloten het beleg te beëindigen.

Zeevis in Alkmaar
Het kostte de Spanjaarden nog veel inspanning om hun materialen, met name het zware geschut,  in veiligheid te brengen. Sommige kanonnen waren ‘overmidts haer groote swaerte’ diep ‘in der eerden ghesoncken’. Ook bleek het nodig om de weg van Alkmaar naar Oudorp te verhogen en verstevigen om het geschut te kunnen afvoeren.

Ondertussen bleef het water maar komen. Met het water kwam ook zeevis mee: volgens de belegkroniek van Visser ving een zekere Claas Almersz. op 6 oktober binnen Alkmaar wijting en haring.

Twee dagen later was het Spaanse leger eindelijk vertrokken. Alkmaar was vrij!

Door Harry de Raad

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s