‘SLOPEN, DIE OUDE ROMMEL!’

Het raadhuis van Heerhugowaard

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zijn vele beeldbepalende panden uit de straten verdwenen. De afbraak was een landelijke tendens en kan gezien worden in het kader van bevolkingsgroei en modernisering. ‘Slopen, die oude rommel!’ Het was niet altijd een even groot verlies. Zo was het Rijksopvoedingsgesticht achter de Grote Kerk in Alkmaar niet bepaald een charmant pand, maar andere afgebroken gebouwen waren dat wel, zoals bijvoorbeeld de fraaie huisjes ten zuiden van de Grote Kerk in Alkmaar, het Dudokgebouw (de Bijenkorf) in Rotterdam en het Stadsziekenhuis in Hoorn aan de Gravenstraat. In 1966 was ook het fraaie raadhuis van Heerhugowaard aan de Middenweg aan de beurt. Het stond ter hoogte van het huidige adres Middenweg 193, bij het Witte Kruisgebouwtje.

1914

Dit eenvoudige pand heeft in de negentiende eeuw dienst gedaan als raad-, recht- en armenhuis en school. Het werd afgebroken voor de bouw van het raadhuis in 1914. Collectie Poldermuseum Heerhugowaard. Licentie: CC-BY

Lees verder

Vader van Alkmaars historisch erfgoed

Bruinvis

C.W. Bruinvis rond 1900. Vervaardiger onbekend. Licentie: CC-BY

C.W. Bruinvis, de eerste archivaris in Alkmaar en grondlegger van het Stedelijk Museum, schreef eind 19e eeuw al velerlei artikelen in de Alkmaarsche Courant over plaatselijke historische onderwerpen. Behalve deze vertellingen, probeerde hij ook Alkmaar in beelden vast te leggen. En die geven nu veel informatie, want er veranderde in de 19e eeuw veel in Alkmaar.

Cornelis Willem Bruinvis (Alkmaar, 1829-1922) is de man die staat afgebeeld op onze digitale mediakanalen en die je vanuit de Ambachtsschool indringend aankijkt als je over de Bergerweg  richting binnenstad gaat. Hij was de zoon van apotheker C.P. Bruinvis en Alida de Lange. Hij leerde tekenen van de Alkmaarse schilder Pieter Plas (1810-1853) en werd op zijn 17e bouwkundig tekenaar. Zijn vader raakte echter geblesseerd en Bruinvis sprong bij in de apotheek. Ondanks de daaropvolgende opleiding tot apotheker probeerde hij in 1853 eigenaar te worden van de Alkmaarsche Courant. Dit lukte niet, maar de nieuwe eigenaar zag in hem wel een goed redacteur. Naast het redactiewerk werkte hij respectievelijk als apotheker en gemeenteraadslid. Hij stopte hiermee toen hij in 1887 tot wethouder werd benoemd. Tenslotte werd hij in 1900, op 70-jarige leeftijd, de eerste gemeentearchivaris. Gezien zijn levenslange inzet voor het historisch bewustzijn in Alkmaar een logisch slot.

Lees verder

Het PEN-dorp

Monument van de moderne industriële bouw

In mei 1982 opende in de omgeving van Alkmaar een nieuw dorp: het PEN-dorp. Op een terrein van 70.000 m2 in de Bergermeerpolder vestigde zich het bedrijfskantoor van het Provinciaal Electriciteitsbedrijf. Naast 14.500m2 aan kantoren waren er binnentuinen, dakterrassen, waterpartijen, werkplaatsen en zelfs een sporthal. Een compleet dorp voor meer dan 500 medewerkers.

Lees verder

V&D Alkmaar

hoogste

Maart 1926. Het gebouw aan de Laat heeft net zijn hoogste punt bereik. CC0-licentie

Van Art Deco tot tentoonstellingsdecoratie

V&D begon in 1887 als eenvoudige manufacturenzaak in Amsterdam onder de naam “De Zon”. De zaken ging goed en er kwamen al snel winkels door heel Nederland. Ook in Alkmaar, aan de Houttil, onder de naam Gebroeders Berentzen. De winkel zou uitgroeien van 15 personeelsleden (grotendeels inwonend), een handkar en een paard tot een groot warenhuis met een prominente en soms controversiële plaats in de binnenstad.

Lees verder

Drie scholen onder één dak: samen, maar toch apart

Door Mark Alphenaar

In de jaren ’70 van de twintigste eeuw groeide Alkmaar snel. Huiswaard I, II en III werden gebouwd en elke wijk kreeg zijn eigen voorzieningen, waaronder basisscholen. Voor Huiswaard III (de Horn-Zuid) wilde de gemeente graag een centraal gelegen scholencomplex met daarin Rooms-Katholiek (Het Kompas), Protestants-Christelijk (Koningin Juliana) én openbaar (De Meerpaal) onderwijs. Toen uniek voor Alkmaar.

Eerste gesprekken tussen de gemeente en de besturen van de verschillende scholen begonnen in 1975. In verschillende overleggen besprak men de wensen en zorgen van alle partijen. Men zag zeker in dat er voordelen waren aan de samenwerking, maar de belangrijkste wens was toch wel dat de scholen een eigen identiteit zouden behouden. De gemeente nam het ontwerp van het gebouw op zich. Gekozen werd voor een complex waar zelfstandigheid en ruimtelijke uitwisselbaarheid mogelijk waren. Zo  zouden op de eerste etage de gezamenlijke ruimtes komen voor de bibliotheek, schooldokter en een remedial teacher. Rondom de scholen waren verschillende speelplaatsen gepland voor onder-, midden- en bovenbouw. Op het 25.000 m2 grote terrein zouden daarnaast nog twee gymnastieklokalen verrijzen. Kunstenaar Eugene Terwindt ontwierp kleurige kunstwerken die tevens dienden als speelplek en afscheiding. Al snel na de oplevering bleek echter dat de waterafvoerputten in de kunstwerken snel verstopt zaten. In het kunstwerk bij Het Kompas bleek niet eens een put aanwezig. Hierdoor ontstonden bij regen diepe bassins met water en ouders en docenten maakte zich zorgen over eventuele ongelukken. Er werd daarom besloten de diepste gedeelten op te hogen. Ook werden de kleurvlakken opnieuw geschilderd, de eerder gebruikte verf bleek namelijk veel te snel te slijten.

Lees verder