Van Pesiebad tot Batavier

De opkomst en ondergang van het Pesiebad

Op 5 april 1917 kocht de Amsterdamse makelaar in koffie Moritz Jüdell (56) polderland en enige opstallen in de Bergermeer te Bergen. Aan de Groeneweg liet hij het landhuis Karperton neerzetten als zomerverblijf voor zijn vrouw Rosina Elias. De Alkmaarse architect Jan Wils en Theo van Doesburg van de Stijlgroep tekenden voor het ontwerp en aannemer Evert Wils, de vader van Jan Wils, voor de bouw van Karperton. Een tuinarchitect ontwierp een prachtige, bijpassende tuin met drie enorme vijvers. Het aangekochte land werd verpacht.

Pesie's Natuurbad.

1947, Pesie’s Natuurbad. Vervaardiger onbekend. Licentie CC-BY. Collectie Regionaal Archief Alkmaar.

De crisis van de jaren dertig liet ook de rijkaards niet onberoerd. Een groot deel van het familievermogen, belegd in waardeloos geworden buitenlandse effecten, ging verloren. De slechte vooruitzichten in het landbouwbedrijf – op het landgoed was een hoogstaande varkensfokkerij gevestigd – bracht zoon Hendrik Jüdell (44), advocaat en procureur te Bergen, op het idee het landgoed Karperton te transformeren in een natuurbad. De vijvers met een oppervlakte van 6.000 vierkante meter werden drooggelegd en tot de gewenste diepten uitgegraven. Het water voor het zwembad werd van een diepte van zestig meter door middel van een Artesische put (hierbij behoeft niet gepompt te worden) naar boven gehaald, door een lange goot geleid en door de zon verwarmd. Duikplanken, omkleedruimten, speelterreinen en een restaurant toverden het landgoed Karperton om tot een heus zwemparadijs. Op donderdag 25 mei 1933 werd het Familiebad De Bergermeer voor het publiek opengesteld.

Lees verder

Advertenties

De tumultueuze afscheidsrit van ‘Bello’

Door Sander Wegereef

Het was woensdagavond 31 augustus 1955. Op station Alkmaar zetten machinist Heynen en stoker Venneker om 22.42 uur locomotief 7742 in beweging; de allerlaatste tram naar Bergen aan Zee. Achter de locomotief hingen twee goederenwagens en zes overvolle rijtuigen. De publieke belangstelling was enorm; iedereen wilde nog één keer de rit naar Bergen aan Zee meemaken.

Bello

‘Bello’ staat op het punt te vertrekken uit Bergen aan Zee, ca. 1950. Fotograaf JosPe. Licentie: publiek domein. Bekijk en download hier de hoge resolutie foto.

Jubileumfeestje met wrange bijsmaak
De tram stond bij iedereen bekend als ‘Bello’, naar het bellende geluid dat de locomotief maakte bij doorkomst door de dorpen. Ondanks de grote populariteit van de tram, waren er al sinds de jaren dertig verschillende plannen om de tramlijn op te heffen. Tekort aan kolen en almaar stijgende kosten waren daar de belangrijkste redenen voor. Toch had de tram iedere keer weten te overleven. In 1950 was de knoop definitief doorgehakt en werd bekend dat de tram per 1 september 1955 zou verdwijnen. Het jubileumfeestje in juli 1955, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de tram, had daardoor een wrange bijsmaak… Iedereen wist dat het verdwijnen van Bello onafwendbaar was. Vooral in Bergen waren de protesten tegen de opheffing hevig. Een actiecomité en een referendum – waarbij 96% van de Bergense bevolking vóór het behoud van de tram had gestemd – konden niet verhinderen dat op die zomeravond in 1955 de tram de laatste slag tussen Alkmaar en Bergen reed.

Laatste rit
De volle tram draaide na het vertrek uit het station van Alkmaar met een scherpe bocht naar links, stak de weg over en reed parallel aan het Noordhollands Kanaal naar Koedijk. Bij de Sluismolen, vlakbij de Vlotbrug, stak de tram met een bocht naar links opnieuw de (Oude) Helderseweg over. Deze plaats is vandaag de dag met gele klinkers in het wegdek aangegeven. Voorbij de molen was een kleine overstaphalte voor de tram richting Schagen. De tram naar Bergen reed langs de Kogendijk en de huidige Van Blaaderenweg en de Dreef verder naar station Bergen. Overal langs de lijn stonden mensen; iedereen wilde Bello voor de laatste keer langs zien rijden. In Bergen probeerden nog meer mensen in de tram te stappen. De tram zette voor de laatste keer koers naar Bergen aan Zee. De klim door het duingebied, langs de halte De Fransman, was een zware beproeving met die overvolle rijtuigen.

Bello

‘Bello’ zoals veel mensen hem nog wel kennen. Ca. 1968. Fotograaf JosPe. Licentie: publiek domein

De tram barst uit zijn voegen
In Bergen aan Zee wilden nog meer mensen mee. De rijtuigen waren zó vol dat de tram letterlijk uit zijn voegen barstte. Ramen werden ingeslagen en knapten uit de sponningen. Banken werden gesloopt om maar zoveel mogelijk mensen te kunnen laten meerijden. De aanwezigheid van de politie in de tram en langs de route was geen overbodige luxe. Ze hadden de handen vol aan het verwijderen van personen die op het dak van de trein probeerden mee te rijden. Ook waren er vooraf geruchten geweest dat mensen de tram – bij wijze van protest – wilden laten ontsporen. Dat gebeurde gelukkig niet. Na het omrijden van de locomotief vertrok de tram een half uur te laat uit Bergen aan Zee voor de terugreis naar Alkmaar. Intussen was in Bergen de belangstelling van de bevolking verder toegenomen, waardoor de tram nog een half uur extra vertraging opliep. Pas na middernacht werd Alkmaar – het definitieve eindpunt – bereikt.

Rouwadvertentie

De rouwadvertentie voor ‘Bello’ uit de Alkmaarsche Courant.

Rouwadvertentie
De volgende dag deed de Alkmaarse Courant op de voorpagina verslag van de rit. Met het nodige gevoel voor dramatiek kopte de krant ‘Bello blies vannacht de laatste adem uit.’ Ook werd een foto getoond van een van de totaal onttakelde rijtuigen. Op initiatief van ‘de Bergense bevolking en badgasten’ werd op de voorpagina een rouwadvertentie geplaatst voor de tram. Overigens was niet alleen de lokale pers op de afscheidsrit afgekomen. Een team van het Polygoonjournaal had filmopnames gemaakt en het Parool toonde een foto van een man die door een politieagent van het dak van de tram werd gehaald.

IMG_5293Een nieuw boek: “DE STOOMTRAM Alkmaar – Bergen aan Zee, ‘Bello’ en daarna”
Vanaf nu is een nieuw boek verkrijgbaar over Bello. 25 augustus j.l. was de presentatie en de Jesse van Dijl (beeldconservator bij het Regionaal Archief Alkmaar) was daarbij, maakte foto’s en schreef er een blog over. Deze kan je hier lezen.

Een waardig eerbetoon aan de stoomlocomotief Bello

Tekst en foto’s door Jesse van Dijl

Seinwachter

De seinhuiswachter kijkt neer op het perron waar het publiek zich verzamelt in afwachting van Bello.

Op 26 augustus 2015 werd in het gezellige stationsgebouw en op het bijbehorende, gelukkig overdekte, perron van de Museumtram Hoorn-Medemblik te Hoorn op feestelijke wijze het eerste exemplaar van het boek “DE STOOMTRAM Alkmaar – Bergen aan Zee, ‘Bello’ en daarna” overhandigd aan de auteurs. Het Regionaal Archief Alkmaar was uitgenodigd om hier bij te zijn, en de beeldconservator (en schrijver van deze blog) was de gelukkige om als vertegenwoordiger namens het archief aanwezig te zijn bij dit leuke moment.

Aankomst

Langs een spoor wat verderop, stopt Bello en is haar laatste rit met toeristen die dag voorbij. Een heerlijk nostalgische en historische stoomlucht vult inmiddels de neus van de fotograaf en de andere aanwezigen.

Na de laatste reguliere rit met liefhebbers van de tram en toeristen deze woensdag werd locomotief Bello met een personenwagon er achter netjes direct vóór het stationsgebouw gerangeerd zodat alle genodigden de schitterende locomotief mooi konden zien en de hoofdpersonen van die dag goed in beeld plaats konden nemen in het rijtuig. Na een fotomoment bij de trein klonk duidelijk de beroemde bel en de fluit van de locomotief en werd het programma vervolgd in de wachtruimte van het stationsgebouw.

Tijd

De machinist kijkt rustig neer op één van de auteurs van het boek, dhr. L.J.P. Albers (links) en een passagier die tijdens de laatste rit van de tram in de nacht van 31 augustus op 1 september 1955 er net als vandaag bij was. We zijn getuige van een “echo van de tijd”.

Hier werden, namens uitgeverij W Books, door Johan de Bruijn de eerste exemplaren van het boek overhandigd aan de auteurs dhr. L.J.P. Albers en dhr. W.H. Kentie alsmede aan de directeur van de Museumtram dhr. René van den Broeke. Vervolgens werd ook door de uitgeverij gebruik gemaakt van het moment om nog een financiële schenking aan de museumtram te doen. Dat werd eveneens met luid applaus beantwoord.

Het boek “DE STOOMTRAM Alkmaar – Bergen aan Zee, ‘Bello’ en daarna” blijkt een mooi vormgegeven boek geworden met relatief weinig tekst. Het zijn de afbeeldingen die veel voor zichzelf spreken. Bijzonder prachtig fotomateriaal, vaak nog nooit eerder gepubliceerd, trekt je geïnteresseerde aandacht. In een woord vooraf én in de inleiding wordt kort en bondig vertelt over de beweegredenen voor deze opzet. Het is al met al een waardig eerbetoon aan het begrip ‘stoomtram’ alsook aan de legendarische stoomlocomotief, NS 7742, bijgenaamd ‘Bello’ geworden. De foto’s geven ons onder andere een schitterend beeld van de laatste rit van Bello en de dagen voorafgaand aan dit historische feit. Werkelijk prachtige zwart-wit opnamen gemaakt met een Voigtländer Bessa 1 camera door dhr. L. Albers. Vaak haarscherp en daardoor met veel details. Een lust voor het oog. Op de kop af 60 jaar na de laatste reguliere rit van Bello opgenomen in dit mooie kijkboek.

Veel mensen

Vele genodigden zijn afgekomen om dit leuke moment mee te maken.

Eerste exemplaar

Het officiële moment van het eerste exemplaar. Van links naar rechts zien we de heren J. de Bruijn, R. van den Broeke, L.J.P. Albers en W.H. Kentie. De hoofdpersonen van dit hele initiatief gebroederlijk naast elkaar.

In veel boekhandels in de regio en daarbuiten is het boek uit voorraad verkrijgbaar. Zeker een aanrader voor iedereen die zich interesseert voor de geschiedenis van de tram in het algemeen en in die van Bello uiteraard in het bijzonder. Een boek dat niet mag ontbreken op ieders leestafel in Bergen NH, en ook bij ons in het Regionaal Archief Alkmaar is inmiddels natuurlijk een exemplaar aanwezig in de collectie.

IMG_5295IMG_5294IMG_5293

Een eeuw lang genieten op het Bergense Droomlaantje

VVV-kaart 1930

Detail van een komkaart van de VVV uit 1930. Nabij het Droomlaantje is het toenmalige natuurtheater aangegeven. Catalogusnummer: PR1005138. Regionaal Archief Alkmaar.

Door Emmie Snijders

Elke stad of dorp had wel zo’n plek waar verliefde stelletjes naartoe gingen om samen te zijn.  Maar in Bergen was er één die ‘wijd en zijd’ bekend was volgens de Alkmaarsche Courant van 24 februari 1949: het Droomlaantje.

Het is één van de vele paadjes in het bos ten oosten van het Oude Hof. Eigenaar Van Reenen stelde het open voor publiek waarna er paden ontstonden. Deze zijn nog niet te zien op een kaart uit 1883, maar op een kaart van de VVV uit 1914 wel, met het Droomlaantje expliciet genoemd. Vanwege het romantische bruggetje groeide het Droomlaantje uit tot een markante plek. Dat zien we terug op de vele ansichtkaarten waarop het laantje staat afgebeeld. Maar wat is er nou zo bijzonder aan die foto’s van een bospaadje?

Kaart Droomlaantje

De kaart die Emma naar haar ouders stuurde. Foto uit 1920, vervaardiger onbekend. Catalogusnummer: FO20126. Regionaal Archief Alkmaar.

Verboden liefde

De 19-jarige Emma stuurde in 1952 zo’n ansichtkaart naar haar ouders in Harderwijk. Ze ging voor het tweede jaar aan de slag als dienstbode bij de familie Louter en wilde laten weten dat ze ‘in welstand’ was aangekomen. De kaart was met zorg uitgekozen. Ze had haar ouders tijdens haar verlof verteld over Joop, de buurjongen. Na wat praatjes hadden zij uiteindelijk met elkaar gedanst na een voorstelling van toneelvereniging Sint Jan. Daarna spraken ze vaker af en gingen op zondagmiddagen na de kerkdiensten wandelen in het bos van Bergen. Haar favoriete gedeelte was het Droomlaantje. De naam paste precies bij het romantische gevoel dat ze daar kreeg in het bijzijn van Joop. Uiteraard volgden er nog vele wandelingen en werd de omarming steeds inniger. De droom werd een toekomst samen. Maar de ouders van Emma hadden tijdens haar verlof hun afkeur laten blijken. Zij zagen de katholieke Joop niet zitten. Met de kaart gaf ze een signaal.

Het verzet van Emma’s ouders hield aan tot Joop de gereformeerde belijdenis deed. Hierna kon hun gedroomde huwelijk doorgaan. Dat dit een goed huwelijk is geweest, blijkt uit de uitnodiging die Frans, zoon van de familie Louter, vorig jaar ontving voor hun zestigjarig huwelijksfeest. Hieraan voorafgaand maakte hij een wandeling, over het Droomlaantje!

Ansichtkaart Bergen

Ansichtkaart van rond 1960 met het Droomlaantje rechtsonder. Het pad was dus bekend genoeg om het op een verzamelkaart te zetten. Vervaardiger onbekend. Catalogusnummer: FO201676. Regionaal Archief Alkmaar.

Afgezet

Het is één van de prachtige verhalen die Sies van Hoorn-Vrasdonk, kunstenares uit Bergen, in 2014 heeft verzameld en tentoongesteld als ‘Onzichtbaar Erfgoed’ in Museum Kranenburg. De vele mooie ervaringen zijn bijzonder, want ze hadden er ook niet geweest kunnen zijn. In oorlogstijd was het afgezet geweest. Restanten van geplande lanceerplaatsen voor de vliegende V1-bommen zijn er nog te vinden. Na de bevrijding bleef het terrein afgesloten. In 1949 was er sprake van mogelijke dorpsuitbreiding, blijkt uit de kop van de IJmuider Courant van 13 januari 1949: ‘Bergens ‘Dromenlaantje’ in gevaar?’. De plannen vonden geen doorgang en bos en bruggetje werden weer opengesteld voor publiek. Maar in 1955 verkeerde het bos in bedenkelijke toestand door onvoldoende deskundig onderhoud en vernielingen gedurende de oorlog. Bovendien kwam er veel publiek in het bos die soms vernielingen aanrichtten.

Er was Bergen veel aan gelegen dit bos knap te houden, het bijbehorende toerisme was erg belangrijk. Gemeentewerken besteedde daarom in de jaren ’60 veel geld aan het onderhoud van de paden en beplanting, het verwijderen van afval en het plaatsen van ‘bosmeubilair’.  In 1966 was er ook even sprake van plaatsing van naambordjes, maar de kosten van niet ontsierende bordjes bleken te hoog.

Onzichtbaar erfgoed

In de huidige vrijere tijden en de digitale communicatiemogelijkheden is er geen behoefte meer aan een Droomlaantje. Waar de vader van Sies dochter Ina nog gekscherend vroeg of ze zo laat was omdat ze naar het Droomlaantje was geweest, heeft de tegenwoordige jeugd geen wegvluchtplek meer nodig. Maar de nostalgie van de oudere generatie blijft, als we de verhalen over hun eerste liefdes lezen en zien op schilderen. Wellicht dat de herwaardering die Sies door haar onderzoek heeft opgediept alsnog zorgt voor een officiële erkenning in de vorm van een bordje.