Dubbelportretten van Rembrandt hingen ook in Alkmaar!

Door Harry de Raad

Portret van Oopjen Coppit

Portret van Oopjen Coppit door Rembrandt van Rijn

Portret van Maerten Soolmans

Portret van Marten Soolmans door Rembrandt van Rijn

Sinds kort kent iedereen ze: het dubbelportret dat Rembrandt in 1634 vervaardigde van het echtpaar Marten Soolmans en Oopjen Coppit. Wat tot dusver nauwelijks is belicht, is de band die er tussen het dubbelportret en Alkmaar bestaat. Wist u dat Oopjen vele jaren in Alkmaar heeft gewoond? Dat zat zo: na de dood van haar eerste man Marten Soolmans, met wie ze door Rembrandt is geportretteerd, trouwde ze opnieuw en wel met  Maerten Daey of Day. Ze woonde lange tijd met hem aan het Singel in Amsterdam. Daar hingen ook de portretten van haar en haar eerste man. Ook haar tweede man overleefde ze. Na diens dood verhuisde ze naar Alkmaar, waar haar zoon Hendrick woonde. Ze overleed in 1689, 78 jaar oud.

In 1669 liet ze bij de Alkmaarse notaris Kessel haar testament opmaken. Tot haar erfgenamen benoemde ze haar zoons Jan uit haar eerste huwelijk en de al genoemde Hendrick, een zoon van haar tweede man Maerten Daey. Het beroemde dubbelportret wordt in het testament helaas niet specifiek genoemd. Waarschijnlijk zijn de schilderijen na de dood van Oopjen in handen van Hendrick gekomen en later overgeërfd op diens zoon en kleinzoon.  Beiden hadden belangrijke functies in het Alkmaarse stadsbestuur. Ze woonden in de Langestraat.

beschrijving  Truitje

Truitje Bosboom-Toussaint beschrijft op deze bladzijde van haar vertelling ‘Een theeuurtje’ het portret van Oopjen Coppit (wat toen nog gold als het portret van Machteld van Doorn, de eerste vrouw van Maerten Daey).

Truitje Bosboom-Toussaint kende de schilderijen
Truitje Bosboom-Toussaint, onze beroemde Alkmaarse schrijfster van historische romans, heeft de schilderijen gekend. Zij schreef erover in 1867 in een kort verhaal ‘Een theeuurtje op den huize Arkesteyn’, in het in die tijd gezaghebbend tijdschrift De Gids. Volgens haar waren de schilderijen altijd in Alkmaar gebleven totdat de familie Daey de beide stukken in 1798 verkocht voor 4400 gulden. Over de reden van de verkoop spreekt ze niet. Wel zegt ze dat de familie niet wist wat de schilderijen waard waren en dat de koper ze ‘natuurlijk niet op het spoor’ van de werkelijke waarde had gebracht. Volgens Truitje waren de schilderijen in 1867 rond de 80.000 gulden waard. Met vooruitziende blik spreekt ze de verwachting uit dat ooit in de toekomst wellicht een rijke kapitalist zoals Rothschild (!) ze zou kopen. In het verhaal beschrijft Truitje uitvoerig de beide schilderijen. Over Oopjen zegt ze: ‘men zegt dat die vrouw niet mooi is geweest; het kan wel zijn, maar onder ’t penseel van Rembrandt is zij wat beters geworden dan een mooije vrouw; zij is de vrouw in al haar liefelijkheid’.

4400 gulden

En op deze pagina gaat Truitje in op de waarde van het schilderij en noemt zij het bedrag van 4400 gulden waarvoor het in 1798 door de familie Daey werd verkocht. Ook noemt ze Rothschild als iemand die wel eens interesse voor het schilderij zou kunnen hebben.

Marten en Oopjen of Maerten en Machteld?
In de negentiende eeuw ging men er vanuit dat op het dubbelportret Maerten Daey en zijn eerste vrouw Machteld van Doorn waren afgebeeld. Volgens Truitje was deze toewijzing gebaseerd op een oude familieoverlevering binnen de familie Daey. De hedendaagse toeschrijving aan het echtpaar Soolmans/Coppit dateert van 1956 en is te danken aan een onderzoek van de Amsterdamse stadsarchivaris mevrouw I.H. van Eeghen.  Het is indertijd gepubliceerd in het tijdschrift Amstelodamum. De familieoverlevering klopte volgens haar niet. Maerten Daey en zijn eerste vrouw waren in 1634 in Brazilië, het jaar waarin het dubbelportret werd gemaakt. Dit jaartal staat vermeld op het mansportret. Ook Truitje Bosboom-Toussaint wist dit al, maar zij nam aan dat er een fout gemaakt was of dat het jaartal er later op geschilderd was. Mevrouw Van Eeghen ontdekte vervolgens in de inventaris van de nalatenschap van Maerten Daey uit 1659 een vermelding van een ander dubbelportret, dat van het echtpaar Soolmans/Coppit. Het hing in het hoge 17de-eeuwse voorhuis, reden voor Van Eeghen om te vermoeden dat dit het door Rembrandt vervaardigde dubbelportret was. Alleen op die plek was er ruimte voor deze twee zeer grote schilderijen! Sinds het onderzoek van Van Eeghen neemt iedereen aan dat Rembrandt inderdaad Maerten en Oopjen heeft geschilderd.

Oopien
Ten slotte nog iets over de naam Oopjen. Mevrouw Van Eeghen gebruikt consequent deze spelling. In een stamboek van de familie Daey wordt de naam als Opina gespeld, maar dat was volgens Van Eeghen deftigdoenerij uit de 19de eeuw. Maar hier kunnen we mevrouw Van Eeghen toch niet volgen: in het Alkmaarse testament van 1669 wordt ze al Opina genoemd, al ondertekende ze als Oopien.

testament

Eerste pagina en eigenhandige ondertekening van het testament uit 1669 van ‘Oopien’ Coppit in de Alkmaarse notariële archieven.

Handtekening Oopjen Coppit

Handtekening Oopjen Coppit

Advertenties