De dijken doorgestoken!

We weten allemaal dat het einde van de Spaanse belegering in 1573 veel te maken had met wateroverlast. Maar hoe zat dat nou precies? Welke dijken zijn er doorgestoken, welke sluizen open gezet? En wanneer precies? Laten we de feiten eens op een rijtje zetten.

Al heel snel na de komst van het Spaanse leger naar Alkmaar werd er gesproken over het doorsteken van dijken en het openzetten van zeesluizen als een middel om de Spanjaarden weg te jagen. Op 1 september werden in Alkmaar brieven van Sonoy ontvangen, waarin deze berichtte dat hij dat hij al diverse sluizen had doen openen en ook niet zou aarzelen om de zeedijk bij Medemblik door te steken, als dit nodig mocht zijn.

Maar Sonoy kon niet alles alleen beslissen. Begin september vertelde hij aan stadstimmerman Van der Mey dat hij het land onder water had willen zetten, maar dat de afgevaardigden van de steden in het Noorderkwartier dit niet hadden willen toestaan. Sonoy adviseerde Van der Mey naar Hoorn te gaan waar de afgevaardigden vergaderden en daar de Alkmaarse belangen te verdedigen. Van der Mey volgde het advies op, met – uiteindelijk – positief resultaat.

belegschilderij

Detail van het belegschilderij van Cluyt met het gezicht op Alkmaar vanuit het noorden. Goed is te zien dat de velden onder water stonden. Licentie: CC-BY. Collectie Stedelijk Museum Alkmaar

Lees verder

Advertenties

Helden van het Beleg

Er is dapper gevochten door Alkmaarders en geuzensoldaten tijdens het beleg. Niet alleen door mannen, maar ook door vrouwen, jongens en meisjes. Een ooggetuige aan Spaanse zijde zag bij beklimmen muur ‘geen kurassen, helmen, geen soldaten, maar mensen gekleed als zeelui, met spaden en hellebaarden vechtend als leeuwen’.  De Alkmaarders vochten voor hun leven.

Het is interessant om eens te zien wie de meest populaire ‘oorlogshelden’ waren in de afgelopen eeuwen.

Lees verder

Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het Beleg?

Soms werden de belegerde Alkmaarders voor moeilijke keuzes gesteld. Een tijdens het beleg gevangen genomen Spanjaard zou daar een boekje over open kunnen doen. Hij werd op 15 september bij een nachtelijke uitval van een aantal soldaten vanuit de stad ten zuiden van Alkmaar gevangen genomen. De soldaten namen hem mee naar de stad. Zijn naam was Juan Jeronimo d’Arbizo. Men bleek een goede vangst te hebben gedaan, want de Spanjaard gaf uitgebreide inlichtingen over de Spaanse plannen en de sterkte van het Spaanse leger. Hij deed dit zeker niet vrijwillig. Er is een rekening bewaard gebleven van een chirurgijn voor het verbinden van de zere duimen van ‘de’ Spanjaard. Daar kan alleen Juan Jeronimo mee bedoeld zijn geweest. Volgens de verhalen ging Juan pas praten toen men hem lijfsbehoud beloofde.

Lees verder

Het Beleg van Alkmaar gezien door Spaanse ogen

Het is heel interessant om de gebeurtenissen van het Beleg eens van de ‘andere kant’ te bekijken, die van de verliezers. De Spaanse bronnen over het beleg zijn tot dusver weinig bekend. Die bronnen zijn er wel degelijk: in de eerste plaats allerlei archiefmateriaal, zoals brieven en andere documenten. Veel informatie bieden de brieven die Alva schreef aan koning Philips II. Scans ervan zijn in het bezit van het Regionaal Archief.

Verder hadden ook de Spanjaarden hun geschiedschrijvers. De tegenhanger van onze Nanning van Foreest is Bernardino de Mendoza, die een kroniek schreef over de oorlog in de Nederlanden tussen 1567 en 1577. Mendoza, militair en diplomaat, was met het leger van Alva naar Nederland gekomen. Veel van de door hem beschreven gebeurtenissen had hij zelf meegemaakt. Zo is hij ook in Alkmaar geweest tijdens het beleg in 1573. Uit de archiefstukken en uit de kroniek van Mendoza krijgen we een levendig beeld van wat er gebeurde in het Spaanse legerkamp. We horen wat de motieven waren om juist Alkmaar aan te vallen en uitgebreid wordt verhaald hoe het beleg verliep, welke keuzes er werden gemaakt en waarom het Spaanse leger uiteindelijk weer wegtrokken. Allerlei Spanjaarden worden bij name genoemd en geprezen voor hun dapperheid of juist kritisch bejegend.

We kunnen in deze blog niet op alles ingaan. Laten we ons beperken tot de gebeurtenissen op 18 september, de ‘bangste dag’ van het beleg, toen de Spanjaarden er bijna in slaagden de stad te veroveren.

De grote aanval

De bestorming van 18 september 1573. Vervaardiger: A. Ver Huel. Licentie: CC-0. Inventarisnummer 889 uit het Familiearchief Van Foreest, Regionaal Archief Alkmaar

Lees verder

Spannende beelden van het Beleg

Het album van Alexander Ver Huell

In het Regionaal Archief wordt een album bewaard met daarin 28 prenten (bekijk hier alle afbeeldingen), getiteld ‘Alcmaria Victrix’. Op het eerste gezicht een nogal merkwaardige verzameling, heel verschillend van techniek en wisselend van kwaliteit. Er zijn kleurrijke aquarellen en zwart-witte en sepiakleurige tekeningen. Sommige afbeeldingen zijn heel treffend, andere nogal onbeholpen. Maar samen vormen ze een bijzonder beeldverhaal van een roemruchte episode uit de geschiedenis van Alkmaar: het Spaans beleg en het ontzet in 1573. Tijdens de feestvieringen rond de driehonderdste verjaardag van het ontzet in 1873 werd het album tentoongesteld in het stadhuis. Koning Willem III heeft de prenten tijdens zijn bezoek aan Alkmaar uitgebreid bewonderd.

Het album was eigendom van jonkheer meester Cornelis van Foreest (1817-1875), heer van Schoorl, Groet en Kamp. Van Foreest was jarenlang lid van de Tweede kamer voor het kiesdistrict Alkmaar. Daarnaast vervulde hij bestuursfuncties in verschillende polderbesturen en maatschappelijke organisaties. Het album was hem aangeboden als huldeblijk en “ter nagedachtenis zijner verdienstelijke voorvaderen bij Alkmaars moedsbetoon”. De maker van de prenten is Alexander Ver Huell (1822-1897), een in zijn tijd gewaardeerd tekenaar. Ver Huell maakte karikaturen, humoristische prenten en tekende en schilderde daarnaast veel historische voorstellingen. Zijn tekeningen werden gepubliceerd in tijdschriften, almanakken en boeken. Ver Huell had geen echte tekenopleiding gevolgd; hij kreeg naast waardering ook veel kritiek van tijdgenoten op zijn gebrekkige techniek, kritiek waar hij het overigens zelf in ’t geheel niet mee eens was.

Ver Huell werkte een paar jaar aan het album dat hij aan Cornelis van Foreest schonk. In 1872 leverde hij de laatste negen prenten af. In de begeleidende brief roemt hij de “wijze eenvoudigheid, krachtdadigen godsdienstzin en vastberaden moed onzer voorvaderen”, deugden die hij ook bij “eenige mannen onzer dagen” aantrof.

Als we de prenten in het album bekijken valt op dat Ver Huell zich grondig heeft verdiept in de periode van het beleg. De meeste afbeeldingen maakte hij aan de hand van twee ooggetuigenverslagen: het verslag van Nanning van Foreest en de aantekeningen van een niet met name genoemde ooggetuige, toegeschreven aan ene Pieter Jansz. Visser. Deze verslagen zijn in 1739 samen in één boekje uitgegeven (van beide verslagen is een transcriptie beschikbaar). Ver Huell heeft uit deze verhalen verschillende tot de verbeelding sprekende episodes gekozen. Daaraan voorafgaand maakte hij een paar voorstellingen rond andere beroemde Foreesten: Herpert van Foreest tijdens een riddertoernooi en de arts Pieter van Foreest met twee van zijn leermeesters. Daarna volgen twee prenten van de Abdij van Egmond. Vanaf de zevende prent komt het beleg in beeld, van de versterking van de vestingwerken tot en met de aftocht van de Spanjaarden.

Zo zien we onder andere de aankomst van het krijgsvolk van Willem van Oranje in Alkmaar, het leger van Alva bij de Koedijker sluis tijdens een zwaar onweer, drie Spaansche onderhandelaars in gesprek met Alkmaarders op de Rode Toren, Nanning van Foreest aan het sterfbed van predikant Jan Arentsz, de dood van de Vlaming Jacob Paulet (“in het hoofd doorschoten, wijl hij onvoorzigtig over de borstwering naar twee voorbijgaande Spanjaarden keek”), de ontsnapping van een meisje dat achtervolgd wordt door Spaanse soldaten (“een bootje bragt haar behouden in Alkmaar”), de bestorming van stad door de Spanjaarden, een chirurgijn die, omringd door gewonden, het werk bijna niet aankan, jongelui die op de borstwering de Spaanse soldaten uitdagen waaronder een meisje dat met haar keurslijfje zwaait, merkwaardige tekens in de lucht, twee boeren die door de Spaanse linies proberen te komen en zich verschuilen in het riet en de dramatische aftocht van de Spanjaarden waarbij paarden de Spaanse kanonnen door de modder slepen.

Het zijn spannende taferelen die kleurrijk en gedetailleerd uitgebeeld worden. En die daarmee een boeiende aanvulling geven op de bekende voorstellingen van het beleg, zoals de grote belegschilderijen in het Stedelijk Museum Alkmaar en de gravures van de plattegrond van Alkmaar met de Spaanse troepen daaromheen. Zoals gezegd, ze zijn niet altijd even kunstzinnig. Maar toch nog steeds de moeite van het bekijken waard!

Door Marijke Joustra